Column Daan - mogelijkheden

Daan is een 30-jarige jonge man met het fragiele-X-syndroom. Hij woont in een huis met acht anderen met een beperking. Daan gaat vier dagen per week naar de dagbesteding. Verder gaat hij naar muziekles en zit hij op G-hockey. Over het leven van Daan.

Elke vrijdag fiets ik met Daan naar muziekles. Als we het grote, drukke en onoverzichtelijke plein bij de muziekschool opkomen, maakt Daan een scherpe bocht naar rechts en spurt weg. Hij rijdt snel over meer dan honderd meter op de groentekraam af, want hij heeft zijn muziekjuf gespot in de drukte en gaat haar gedag zeggen. Hoe kan hij haar gezien hebben op die afstand?

De maatschappij zet onze kinderen af tegen een norm. Als die norm bestaat uit zaken als intellectueel begrip, arbeidsproductiviteit en zelfstandigheid, dan vallen ze vaak buiten de boot. Maar zo’n absolute norm toepassen is ook een beetje gek. Ten eerste dwingt het je denken in de richting van beperkingen. En ten tweede kun je nog wel wat vraagtekens zetten bij de waarden die horen bij onze manier van leven. En tenslotte doe je geen recht aan de eindeloze variatie in mogelijkheden van mensen, met en zonder Fragile X.

Enkele jaren geleden werkte Daan in een groot bejaardentehuis. Hij maakte daar schoon en bracht de soep rond. De bewoners liepen met hem weg. Vaak kreeg hij snoep, maar ook ligt bij hem thuis nog een gebreide sjaal en een schilderij met een koolmees. Daan kende iedere bewoner en groette hen vrolijk bij hun naam. En ik denk dat zijn populariteit daarmede aan te danken was. De bewoners – altijd gezien als behorend tot de groep van bejaarden — voelden zich door deze vrolijke jongen individueel gezien en herkend. Met naam en toenaam.

Zelf heb ik best moeite om namen en gezichten aan elkaar te knopen. Maar Daan kan het feilloos. Ook de huisarts – die er nogal eens moest wezen – gebruikte Daans kennis. “Ha Daan, waar woont mevrouw de Koning ook alweer?” “In kamer 417”, zei Daan dan, want hij kende niet alleen de naam maar ook het kamernummer. En het klopte altijd.

Ook als je met Daan in de stad loopt, herkent hij altijd mensen. Waar ik in gedachten verzonken mijn beste vriend op tien meter voorbij kan lopen, weet Daan mensen van zijn werk van jaren terug te herkennen. Hij groet ze enthousiast en met een lach. En zij herkennen hem.

Zijn observatievermogen en geheugen zijn echt een wonder. Soms denk ik dat hij – misschien wel juist door zijn verstandelijke beperking – een voor mij onbekende spier heeft getraind. Een spier die ik ten ene male mis.

Na de muziekles eet Daan bij ons. Na het eten komt de regiotaxi hem halen. Binnen houdt hij het niet uit als hij weet dat de taxi komt, dus wil hij buiten wachten. Ik ga mee want het is al donker en wij wonen aan een drukke weg. Het regent. De taxi kan van links of van rechts komen en er zijn verschillende soorten: het kan een busje of een gewone auto zijn. Daan speurt met arendsogen in de verte. “Daar is-t-ie!”, roept hij. Ik zie op honderden meters afstand de koplampen van drie auto’s. Wat ziet hij wat ik niet zie? En ja hoor, de tweede auto zet zijn knipperlicht aan. Ik kijk verbaasd naar Daan en voel mij een stumperd.