Enkele lezers vonden de weg naar deze rubriek en plaatsten me voor een dilemma: ga ik voorbij de grenzen van de zintuiglijke prikkels en zal ik ook ingaan op vragen die mensen hebben over het veel bredere onderwerp Informatieverwerking. Dat gaat dus om álle informatie die we zo binnenkrijgen: zintuiglijke, emotionele en cognitieve informatie. Ik heb me laten verleiden tot een antwoord en ik heb daarbij gezocht naar overeenkomsten tussen deze twee gebieden.
/Mijn volwassen zoon met fragiele X is nog steeds hyper-opmerkzaam voor (veranderingen in) de omgeving, en dat letterlijk in heel brede zin. In de auto wijst hij op de brug die enkele kilometers verderop omhoog staat (we wonen in het vlakke Friesland) en elke kleine verandering in ons dorp waar hij eenmaal per week komt, benoemt hij, ook in de zijstraten waar we langs komen. /
Uit een interview over andere mensen met FXS komen deze passages:
/“ Deze drie weten zoveel van wat er omgaat in de werkomgeving, er zit veel meer in dan wij ervaren. Bijvoorbeeld één van hen die vooral in de stal van onze eigen paarden werkt en alleen zo nu en dan eens door de pensionstal loopt. En toch weet hij precies de naam van een pensionpaard te noemen dat wordt binnengebracht, en waar hij thuishoort. Dat had ik in het begin niet verwacht.’/
/Eén van de ouders brengt dat in verband met de eigenschap van zijn zoon om steeds de omgeving te ‘scannen’, voortdurend te kijken: wat speelt er om mij heen? Mariëlle herkent dat: ‘Als de paarden buiten zijn gezet, lopen we terug en dan blijft hij altijd achter mij, terwijl ik graag samenloop. Ook als we samen in de bus weggaan zegt hij: jongens, we gaan, maar hij stapt niet in voordat iedereen buiten is. Hij blijft alles in de gaten houden, ik denk dat hij overzicht wil hebben.’/
De ouder die het scannen noemt, verklaart dat uit de behoefte om eventuele bedreigingen in te schatten, dus een verdediging tegen onveiligheidsgevoelens.
Mijn vraag is: klopt dat, of is er meer over te zeggen?
AR: Hier leg je een interessant verband waar veel over te zeggen is. De laatste jaren is er groeiende belangstelling voor ‘het voorspellende brein’. Die theorie gaat ervan uit dat we niet alleen maar reageren op prikkels van buitenaf, maar dat ons brein ook voorspellingen maakt wat we gaan waarnemen, voelen of ervaren: onze verwachting. Door te voorspellen wat er gaat gebeuren, kunnen de hersenen sneller en efficiënter informatie verwerken. Vooral afwijkingen van de verwachting vragen extra aandacht. Als onze waarneming niet helemaal overeenkomt met onze verwachtingen, noemen we dat een voorspellingsfout. Dat soort fouten zorgt ervoor dat we tijdelijk meer alert zijn (verhoogd arousal) en beter opletten (betere aandacht): onze verwachting klopte immers niet helemaal. Onze verwachtingen aanpassen aan die fouten is wat ervoor zorgt dat we leren.
Bij mensen met autisme verloopt dit waarschijnlijk anders. Het zou me niet verbazen als dat ook geldt voor veel mensen met FXS. We weten dat nog niet zeker, maar een paar veronderstellingen (hypotheses) zijn:
De vraagsteller heeft het over ‘bedreigingen’. Ik kan me goed voorstellen dat grote voorspellingsfouten maken dat het je snel te veel is- dat dit mensen dus ook overweldigt, overvraagt of overprikkelt. Hierdoor kunnen mensen zich inderdaad onveilig voelen, ze willen weg uit de situatie, ze worden gespannen, boos of bang.
Als je in een goede bui bent in een fijne situatie, zoals in je eigen woonomgeving of bij de paarden die je kent, kan iemand meer (nieuwe) informatie aan dan in een drukke en nieuwe situatie.
Als iemand echter al moe is of in een situatie die nieuw is, is het fijn als er iemand in de buurt is die tijdig opmerkt dat het te veel wordt. Dan kan iemand uit die onvoorspelbare, onverwachte omgeving gehaald worden om bij te komen. Dat lukt vanzelfsprekend het beste bij bekende mensen, met een vertrouwde knuffel of in een rustige ruimte (of buiten in de natuur!) waar je even bij kan komen.
Hopelijk is dat een antwoord?
Als je hier meer over wil weten: Peter Vermeulen heeft een aardig boek geschreven genaamd “Autisme en het voorspellende brein”.